Na een mooie rit in het heuvelland op zaterdag stond deze ochtend de E3 prijs voor wielertoeristen op het programma. Reikhalzend keek ik er naar uit om hetzelfde parcours te bestieren als Boonen, Flecha en Cancellara.
Ik fietste op een rustig tempo eerst naar het verzamelpunt van Team Verada om de beentjes wat los te schudden. Ik kan er niet aan doen maar als ik na een week van wroeten met de stadsfiets richting het werk en terug weer op de koersfiets mag springen, kan ik mijn benen niet stilhouden en dan ga ik eigenlijk altijd een beetje te diep met zware benen tot gevolg de zondag.
Eenmaal in Zwevegem aangekomen trokken we naar de start in Harelbeke. En vlug vertrokken we om nog te profiteren van de zon en de aangekondigde buien voor te zijn. Er werd een goed tempo onderhouden en er was echt veel volk onderweg. Na de splitsing van de 80 en 133km, waren we nog met 6 van de 17 starters over. Al vlug kregen we de Edelare onder de wielen en eens de kop eraf is, volgen er al snel vele hellingen. Maar ik forceerde me niet en ging overal op het kleinste molentje naar boven. Als je ooit iemand al lachend en schertsend de Taaienberg, boigneberg of Patersberg wilde zien oprijden, dan moest je gewoon kijken naar mij vandaag. Overal boven als laatste maar wel zonder ook maar ergens de hartslag echt hoog te laten komen.
Ondertussen had ons groepje van 6 al wat pech te verduren. Eerst had ik een platte band. Na controle van de achterband bleek er een klein nageltje in de band te zitten. Nieuw bandje steken en dan tot de conclusie komen dat ik geen pomp mee heb. Geen probleem. We zijn met 6 en iedereen heeft toch wel een pompje mee. Maar pech komt nooit alleen. Thierry zijn bommetje was leeg want hij had deze vergeten te vervangen. Dan maar een pompje gebruiken van Mic maar dan zit er ook zo weinig druk op die band he. Gelukkig stopte er 10 meter van ons een volgauto om hun renners te voorzien an eten en drinken. Vlug hun pomp gebruikt en de band stond weer op volle sterkte.
Even later in Ronse had Mic er genoeg van. Hij had vandaag echt zijn dag niet en in Ronse besloot hij dan ook maar naar huis te gaan. Net voor de Patersberg was er dan nog een val van Cobe die hiermee direct 2 platte banden er gratis bij kreeg. Alsof de val nog niet erg genoeg was, was Mic met zijn pompje al weg, was Tom (de fietsbom) zijn pompje niet echt veel waard en na het gebruiken van 1 van de 2 bommetjes bleek er een slechte binnenband in te zitten. Een vriendelijke WTer bood ons een extra bommetje aan en zo konden we toch verder. (Bij deze, als de voorgenoemde WT’er zich hierin herkent, nogmaals bedankt!) Cobe zelf had enkel maar de schrik en kleerscheuren van de val overgehouden en we konden na enig oponthoud terug verder.
Doordat we ondertussen al heel wat tijd verloren hadden, heeft Timo ook maar het kortste pad richting huiswaarts gekozen. Hij stond op tijd. En toen waren we nog met 4. Maar niet voor lang. In de afdaling naar de Kluisberg reed Cobe terug weg en de moral was weg (evenals de bruikbare bommetjes). Hij belde dan maar zijn vader op die fungeerde als pechdienst.
Met zijn drieën vingen we de weg terug aan richting de Kluisberg. Ondertussen was de wind fel aangewakkerd en we besloten in lijn te rijden en het kopwerk om beurten op te nemen. Na de Kluis begon mijn laatste cartouche te werken en nam ik grotendeels van het kopwerk op mij om zo veel slachtoffers van de wind op te rapen. Op Tiegemberg heb ik terug voor het klein molentje gekozen en ik was verbaasd dat ik, onder het eten van die lekkere frangipanetaartjes die je kreeg bij de bevoorrading, ik toch nog mensen passeerde. Die zouden nog een lastige 10km voor de boeg hebben.
Na de Tiegem nam ik terug de kop en met zijn drieën sprokkelden we de geslagenen op en diegene die nog wat jus in de benen hadden, sloten zich aan bij ons in de groep. Geinspireerd door Cancellara, toch min of meer mijn idool, schakelde ik nog een tandje groter en trok het groepje van zo een man of 8 op een lint. Eenmaal toen we richting Stasegem opdraaiden, was het tijd om de finale in te zetten. Het competitiebeest in mij werd wakker en bij iedere omwenteling werd er beetje bij beetje meer kracht gezet op de trappers.
Eenmaal goed op dreef, pleegde ik mijn eigen “Cancellaraatje”. Van op de kop blijven versnellen en de laatse 2 km een mini-tijdritje aan 38-39km/u. Heerlijk afzien terwijl de spieren branden. Bekkentrekkend je tanden in het stuur zetten en je rug krommen tegen de genadeloze wind. Afzien maar beseffen dat je net een man of 8 los uit het wiel gereden hebt.
Ondanks de voorspelde regen hebben we het buiten enkele verdwaalde druppels droog gehouden. Een heel leuk weekend dus met mooie trainingsritjes.
